Het ‘collectieve Westen’ steunt en kraakt. Een combinatie van mondiale ontwikkelingen en incompetent handelen, heeft het Westen en vooral Europa politiek en economisch ernstig verzwakt. De Oost-Duitsers kennen zo’n situatie van algeheel verval, verlies van banen, verdwijnen van instituties, economisch en maatschappelijk verval. Deze ‘Ossies’ zien dat ‘Wessies’ nu ook eens voelen hoe zo’n snel verval aanvoelt. Kunnen de West-Duitsers (de oude bondsstaten) en de Europeanen wat leren van hun decennia verguisde oostelijke broeders in de DDR? De ‘Ossies’ denken van wel.
The end of history
Het zou volgens academicus Francis Fukuyama het ‘einde van de geschiedenis’ zijn: de val van de Berlijnse Muur, of eigenlijk de ontmanteling van de Sovjet Unie. Het Westerse liberale democratische kapitalisme had gewonnen, zoveel was duidelijk. Na eerdere ismen zoals communisme, socialisme en nazisme, zou er niets meer aan de geschiedenis worden toegevoegd: het Westerse democratische kapitalistische model was het eindstation. De val van he Sovjet-rijk was het bewijs, zo Fukuyama.
In Duitsland beleefde men dit gevoel al eerder. Het einde van de Tweede Wereldoorlog waarin het land werd opgedeeld in een west- en een oostsector, respectievelijk West-Duitsland (BRD) en Oost-Duitsland (DDR) bracht naast een geografische ook een politieke en mentale scheiding.
Beide staten zouden zich verschillend ontwikkelen. Niet alleen Oost-Duitsland was bezet gebied, en wel door de Sovjets, ook West-Duitsland kon zich alleen ontwikkelen tot een liberale democratie naar kapitalistisch model onder toeziend oog van de Amerikanen en haar leger dat Duitsland, ook 80 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, nog steeds niet heeft verlaten.

DDR, een andere wereld
De DDR werd langs socialistische maatstaven ontwikkeld waarbij de staat een grote rol speelde. De economie werd politiek aangestuurd, de productienormen door de regering in Oost-Berlijn vastgesteld. De landbouw werd gecollectiviseerd.
Een van de bedrijfsvormen was de ‘V.E.B.’, een Volkseigener Betrieb. De naam suggereerde dat het bedrijf van de werknemers was, maar dat was in de praktijk betrekkelijk, het bedrijf was feitelijk in staatshanden. Dat arbeiders daarbij niet rechtstreeks aandeelhouders waren maar de staat, kwam voort uit de gedachte dat aandelen (kapitaalbezit) niet pasten in een socialistisch of communistisch model. Vanaf 1948 vormden de VEB’s de basiseenheden in de planeconomie.
Carl Zeiss Jena, bekend van de kwalitatieve hoogwaardige lenzen, was het paradepaardje van de DDR. En dat terwijl een deel van het bedrijf bij de verdeling van Duitsland in een oost- en westzone naar West-Duitsland werd verplaatst en daar uitgroeide tot een miljardenbedrijf. Voor de DDR bleef het resterende deel van Zeiss Jena toch een echt DDR-bedrijf.
De ‘Wessies’ hadden het historische gelijk aan hun kant, zij waren beter uit de vernietigende oorlog gekomen dan die aan de andere kant van het IJzeren Gordijn en de Berlijnse Muur. In elk geval economisch. Er ontstond een belerende cultuur richting hun voormalige landgenoten. Hun ‘gelijkheid en broederschap’ had niet tot het ‘Wirtschaftswunder’ geleid zoals in het westen van het land. Ze waren geen baas in eigen land en werden feitelijk bestuurd vanuit het Kremlin.
Een haperende economie
De Oost-Duitse economie kwam schoorvoetend van de grond. Niet de markt maar de centrale planning maakte uit wat er geproduceerd werd. Dat remde de ontwikkeling van de economie die sterk leunde op de zware industrie als staal, chemie, machinebouw en elektrotechniek, zoals VEB Robotron dat internationaal bekend was.
De gecollectiviseerde landbouw was ook onderhevig aan de centrale planning, maar kon de productie van de westerse collega’s niet bijbenen. De DDR bleef afhankelijk van importen uit de Sovjet-Unie.
Er werd ook internationaal gehandeld, zij het met landen die politiek gelieerd waren aan de Sovjet-Unie, zoals Cuba, Mongolië en Vietnam, verenigd in het COMECON‑blok. Wie nu door voormalig Oost-Berlijn loopt zal het aantal Vietnamese restaurantjes opvallen, een restant van de handelspolitiek van de DDR.
De centrale planning leidde tot overschotten én tekorten. Immers de overheid kon niet goed voorspellen waar er vraag was en waar niet. Het maakte de DDR minder efficiënt dan de markteconomie van West-Duitsland. De overheid investeerde veel in sociale woningbouw, dat in de oorlog zwaar geleden had onder de bombardementen, en sociale voorzieningen zoals gratis onderwijs en gezondheidszorg.
De DDR kon deels overleven door goedkope energie uit de Sovjet-Unie.
Het BBP per hoofd lag rond de 70 % van dat van West‑Duitsland, en hoewel werkloosheid officieel laag was, waren er aanzienlijke inefficiënties. De toegang tot harde Westerse valuta was beperkt door haar accent op handel met staten uit het Oostblok.
De Oost-Duitse staatsveiligheidsdienst de STASI (Staatssicherheitsdienst) tekende het imago van het land in het buitenland. Het was het symbool van onvrijheid en censuur. De dienst was met 190.000 medewerkers (betaald en ‘vrijwillig’) per hoofd van de bevolking groter dan de Russische geheime dienst KGB. Door gebruik te maken van burgerinfiltranten en -informanten ontstond groot wantrouwen tussen burgers, zelfs tussen familieleden die mogelijk voor de STASI werkten. De DDR was een goed georganiseerde verklikkermaatschappij.
Het betere Duitsland
De val van de Berlijnse Muur en daarmee de ontmanteling van de DDR was voor haar inwoners een ‘once in a life time event’, een gebeurtenis die haar gelijke in de geschiedenis niet kende. Van de ene op de andere dag bestond de ‘socialistische heilstaat’ niet meer. Het Politburo, de STASI, de Marxistische / Leninistische leer, de propagandistische staatsomroep en kranten, en natuurlijk de omheining in de vorm van het IJzeren Gordijn, dat Oost- en West-Europa scheidde en de bijna 160 kilometer lange Berlijnse Muur dat West-Berlijn van de DDR moest afscheiden. Oost en West waren opgelost in de geschiedenis.
De bewoners van het westelijk deel waren ervan overtuigd in het ‘betere Duitsland’ van de twee Duitslanden te wonen. Het land was in één generatie uit de puinhopen herrezen en ontwikkeld tot een van de machtigste industrielanden van de wereld, maar zeker van het Europese continent. Naar inzicht van de ‘Wessies’ hadden de Oost-Duitse broeders het zwaar gehad onder het juk van de Russen en de aan hen ondergeschikte DDR-regering.
Een jaar na de val van de Muur werd in 1990 de eenwording van Duitsland staatsrechtelijk vastgelegd (waaronder de toezegging dat de NAVO niet zou uitbreiden). Uiteindelijk zou de regering grotendeels van Bonn (sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog hoofdstad van West-Duitsland (BRD)) naar Berlijn verhuizen. Dat gebeurde in de zomer van 1999. Een klein deel van de ambtenaren bleef achter in het provinciale Bonn.
Ostalgie
Na de val van de Berlijnse Muur en de hereniging van de beide Duitslanden ontstond bij de burgers van de voormalige DDR een terugverlangen naar de tijd van de zorgeloze samenleving van gratis gezondheidszorg en onderwijs, de lage huren, de sociale verbanden, de ellende die er ook was vergetend. ‘Ostalgie’ was geboren.
In het West-Duitsland werd schamper gedaan over deze nostalgische gevoelens jegens de oude ‘socialistische heilstaat’. Ofschoon herenigd bleven de inwoners van de voormalige DDR een andere kijk houden op hun 45-jarige geschiedenis als Sovjet-satelietstaat dan de West-Duitsers. Het neerkijken op de ‘Ossies’ versterkte het gevoel van superioriteit in de ‘Bonnerrepublik’ (West-Duitsland).
De DDR-economie werd in korte tijd gesaneerd of overgenomen door West-Duitse managers en eigenaren. Het was voorbij met de ‘gratis-economie’, wat bij de voormalige Oost-Duitsers het terugverlangen deed groeien.
Westalgie
In het voormalige West-Duitsland sluimerde na de val van de Muur een eigen nostalgie, een terugverlangen naar de tijd dat de beide Duitslanden nog bestonden, naar het land van het Wirtschafswunder, de BRD, Bundesrepublik Deutschland. Het was een stil verlangen, want terugverlangen naar de tijd dat de ‘Ossies’ opgesloten waren achter het IJzeren Gordijn was niet netjes ten aanzien van je mede-Duitsers.
Toen de Muur nog overeind stond, kon het Westen haar successen vieren. Doen alsof het BRD-model het ‘einde van de geschiedenis’ was. Nu moesten de successen gedeeld worden met het uitgeleefde en failliete oosten, met de ‘luie’ en door de staat verwende Oost-Duitsers. Het joeg het stille verlangen aan naar ‘de goede tijd’ dat de hoofdstad nog Bonn was en de economie niet gedeeld hoefde te worden met de ‘Ossies’.
Alleen het ‘eiland van vrijheid, wetteloosheid en losbandigheid’ West-Berlijn was altijd een doorn in het oog van de Westduitsers geweest. Deze Westerse enclave omgeven door de DDR was 39 jaar lang kunstmatig in leven gehouden. Tussen 1950 en 1989 pompte West-Duitsland bijna 245 miljard Duitse mark in de ommuurde stad, meer dan dit stadsdeel zelf aan inkomsten genereerde.
West-Berlijn was financieel een zeepbel. Toen de muur viel, viel niet alleen de DDR – maar ook West-Berlijn als politiek project. Net als dit kunstmatige eiland in 1989 inzakte, gaat momenteel het hele West-Duitse succesmodel nu ten onder.
Het Westerse model faalt nu ook
Het Westerse model piept en kraakt. En vooral de ‘motor van Europa’ leidt zwaar onder de internationale ontwikkelingen, maar vooral door eigen falen. De energietransitie waarbij men vrijwel gedachteloos kerncentrales en splinternieuwe schone kolencentrales sloot en opblies, heeft de energieprijzen doen exploderen. Het opblazen van de Nordstream-gasleiding maakte het land in één klap afhankelijk van peperdure LNG uit de Verenigde Staten. Het zou de ontmanteling inluiden van de zware industrie, staal, chemie en autoindustrie. Zij moeten grootschalig saneren of sluiten en verhuizen naar elders, zoals China of de VS.
Naast de economisch malaise maakt het ‘vrije Westen’ nu ook kennis met een actieve staatsveiligheidsdienst, met censuur en vervolging van andersdenkenden. In hoog tempo worden onwelgevallige meningen onderdrukt en de verspreiders ervan gestraft. Het zal de voormalige Oost-Duitsers doen herinneren aan de STASI. Geluiden uit het oosten van Duitsland suggereren dat de repressie nu erger is dan ten tijde van de STASI.
Ook de eenheidsmedia is even wennen voor Westerse lezers, luisteraars en kijkers. Stilaan wennend aan het feit dat de publiek gefinancierde en zelfs grotendeels de commerciële media tot spreekbuis van de overheid zijn geworden. Dat herinnert aan de gelijkgeschakelde media in de DDR, waar alleen in de marge ‘systeemkritiek’ mogelijk was.
Het zal de oudere ‘Wessies’ te meer doen terugverlangen naar de tijden van de BRD, toen er nog vrijheid bestond, de economie booming was, ook al waren de Amerikanen op de achtergrond de baas en was ook West-Duitsland een bezet land.
Het Oosten blijft
De mentale scheiding tussen de ‘Ossies’ en ‘Wessies’ is ook na 36 jaar na de hereniging niet verdwenen. Het succes van de AfD (Alternative für Deutschland) in het oosten tekent een andere politieke realiteit. In sommige oostelijke deelstaten krijgt de AfD meer dan 30% van de stemmen en is daarmee de grootste partij, tendens stijgend.
Het verstrekte de voormalige West-Duitsers de overtuiging aan de ‘goede kant’ van het politieke spectrum te staan, terwijl de ‘Ossies’ ‘fascistische tendenzen’ vertoonden.
Daarbij zien de voormalige West-Duitsers over het hoofd dat de AfD in het westen van het land is opgericht, namelijk in de stad van de Europese financiën en de ECB: Frankfurt. Partijleider Alice Weidel komt notabene uit de Westerse financiële wereld. Volgens de partij is de aanhang in het Westen nu zelfs groter (in absolute aantallen) dan in het Oosten.
Dat het Oosten als sociaal eigenstandig maatschappelijk domein nog lang realiteit zal zijn, zelfs groeiend in zelfrespect en met een eigen kijk op de wereld, bewijst dat de uitgever van de Berliner Zeitung binnenkort een echte Oost-Duitse krant lanceert: de ‘Ostdeutschen Allgemeinen Zeitung (OAZ)’. (Zie artikel onder)
Of het verval van de Westerse economieën en het verlies van de illusie van vrijheid nu Oost en West verenigt is zeer de vraag. Wel zal het zowel de Ostalgie als de Westalgie kunnen versterken, een terugverlangen naar de tijd dat de Berlijnse Muur en het IJzeren Gordlijn nog de scheidingen waren tussen het ‘vrije Westen’, met zijn meedogenloze markteconomie en het stabiele en ‘zorgeloze’ Oosten.
Feit is dat de bevolking in het Oosten nu ook het verval van de aan hen opgelegde economische kapitalistische model mag meemaken. Drie jaartallen zijn als littekens van het Oosten: 1945, 1989 en 2025. Drie maal een harde transitie vol onzekerheden, economische teruggang en oorlogsretoriek.
De huidige tijd is een gezamenlijk avontuur, maar het is zeer te betwijfelen of dat de beide samenlevingen mentaal zal herenigen.
Meer over dit onderwerp
Onlangs vond in het Osttheater in Berlin-Aldershof een debat plaats tussen Holger Friedrich, uitgever van de Berliner Zeitung en Jakob Augstein, voormalige journalist in westen van Duitsland, over de verschillende Oost- en West-Duitse perspectieven op politiek, media en het verenigde Duitsland nu 36 jaar na de val van de muur.




