Steun EZAZ met een lidmaatschap of een donatie ...

Rechtszaak over toelating burgerjournalisten bij rechtszaken aangehouden

Verschoningsverzoek moet aan de wrakingskamer worden voorgelegd

Foto met rechts journalist Rico Brouwer
Beluister dit artikel:
0:00
0:00

Vanochtend donderdag 5 maart lag de vraag ‘wie is journalist?’ voor aan de rechter in Den Haag.

Sinds 1 juni 2025 laat de rechtspraak op grond van de Nieuwe Persrichtlijn journalisten die al jaren werken als rechtbank verslaggever of filmer van rechtszaken niet meer toe als ze geen perskaart hebben van de NVJ. De NVJ stelt als eis voor de perskaart een dienstverband van meer dan 16 uren per week bij een krant (of andere media) of een inkomen van meer dan 3/4 deel van het minimumloon uit publicaties. Hierdoor vallen journalisten/film verslaggevers die niet een dergelijk inkomen genereren buiten de boot. 

Onafhankelijke journalisten Brouwer en Le Pair, tezamen met de Vereniging voor Vrije Journalisten, stellen dat de rechtspraak, met de door hen geïmpliceerde definitie van ‘journalist’, discrimineert op inkomen en daarmee ingaat tegen de Nederlandse wet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. 

Vanaf 1 juni 2025 mogen alleen journalisten die in het bezit zijn van een perskaart uitgegeven door slechts één bepaalde journalisten-vakbond, de Nederlandse Vereniging van Journalisten, nog accreditatie aanvragen om verslag te kunnen doen van rechtszaken. Zonder die accreditatie is er geen toegang meer tot persfaciliteiten en is het niet langer toegestaan geluids- en/of beeldopnames te maken van zittingen, of gebruik te maken van een laptop of telefoon. 

Advocaat Meike Terhorst: “De Raad voor de rechtspraak heeft met het instellen van deze regel het toegangsbeleid voor journalisten uitbesteed aan een private organisatie die een inkomenstoets als voorwaarde stelt voor hun perskaart. Dat is discriminatie op lidmaatschap en op inkomen en dat mag niet”. 

Sander Compagner, mede-eiser en voorzitter van de Vereniging van Vrije Journalisten: “Door op deze manier te bepalen wie er verslag mag doen van een rechtszaak, legt de rechtspraak beperkingen op aan de pers en daarmee aan de mogelijkheden om kritische journalistiek te bedrijven. Dat heeft ook gevolgen voor de vrijheid van pers buiten de rechtszaal. Denk bijvoorbeeld aan journalistieke bronbescherming. Komt dat voortaan ook alleen journalisten met een bepaalde perskaart toe? Met de koers die de rechtspraak hier kiest kunnen mijn leden de facto ook buiten de rechtszaal minder vrij hun werk doen.” 

De rechtsprocedure werd in september vorig jaar aangespannen.  

Djamila Le Pair schreef na de zitting op X:
“We waren binnen no time weer buiten. Het plaatsnemen door zes verdedigers en een team van vijf voor de eisers duurde het langst. Rechter Knijff, zo informeerde de voorzitter ons, had in het verleden samengewerkt met de Raad voor de Rechtspraak. Weliswaar was ze niet betrokken bij het opstellen van de Persrichtlijn, maar we schorsten voor overleg en besloten dat het beter was als Knijff zich zou verschonen.

De voorzitter stelde dat het verschoningsverzoek aan de wrakingskamer moest worden voorgelegd en dat de zaak werd aangehouden. Onze advocaat Mr. De Boer wilde nog toevoegen dat de keuze voor rechter Knijff opmerkelijk was, gezien de lange tijd die rechtbank Den Haag gehad heeft om de rechters toe te wijzen. Hij mocht die opmerking echter niet maken, want de voorzitter herhaalde dat de zaak al was aangehouden.

Een nieuwe datum is nog niet bekend.”

image_pdfDownload